Abstract
Introductie/ doel
Opname in een hospice is een zorgvuldig proces dat idealiter start bij aanmelding, gevolgd wordt door opname en evaluatie. De complexiteit van de zorgvraag kan worden benaderd als een Complex Adaptief Systeem (CAS). Hierbij draagt niet alleen de patiënt bij aan de complexiteit, ook het sociale systeem en het zorgteam binnen de context. Om dit proces beter te ondersteunen, is de ontwikkeling van een passend opname-instrument noodzakelijk. Het doel van deze studie is het ontwikkelen van een instrument op basis van het CAS om de zorgbehoeften van palliatief-terminale patiënten in kaart te brengen en het opnameproces in hospices te ondersteunen, van aanmelding tot evaluatie.
Methode
Tussen maart en september 2024 werd een kwalitatieve multi-method benadering toegepast in twee verschillende fasen:
1. Zes focusgroepen (n=50) werden gehouden om elementen te identificeren die essentieel zijn voor het begrijpen van de zorgbehoeften van patiënten in de palliatief-terminale fase, maar ontbreken in de standaard hospice anamnese. Voor elke fase van het zorgtraject (aanmelding, opname en evaluatie) zijn twee groepen samengesteld. De gesprekken zijn gevoerd aan de hand van een semigestructureerde interviewguides, gebaseerd op de CAS-domeinen. Thematische analyse werd toegepast om thema's te vinden en mogelijke items voor het instrument te identificeren.
2. Met behulp van de Delphi-techniek (n=13) werden deelnemers betrokken bij het selecteren van belangrijke items binnen elk CAS-domein en elke fase. Content-analyse werd gebruikt om de definitieve selectie vast te stellen.
Resultaten
In fase 1 identificeerden de focusgroepen zes centrale thema’s: informatievoorziening, passende setting, kennisinfrastructuur, mantelzorgers en naasten, veiligheid en de actuele gezondheidstoestand van de patiënt (zie figuur 1). In totaal zijn 41 mogelijke items geïdentificeerd.
In fase 2 werden vijf items consistent geprioriteerd binnen alle CAS-domeinen en fasen van het opnameproces: (1) verwachtingen van patiënt en familie, (2) afstemming van doelen tussen familie en hospice, (3) afstemming van doelen tussen familie en patiënt, (4) samenwerking met externe organisaties en (5) de capaciteit en werklast van het hospiceteam. Deze fase leverde in totaal 25 items op.
Conclusie
De inzet van CAS resulteerde in mogelijke items voor een instrument om hospice-opnames te begeleiden en zorgverleners te ondersteunen bij het evalueren van de zorgbehoeften van patiënten in de palliatief-terminale fase. Er is een eerste conceptinstrument ontwikkeld dat, gecombineerd met informatie uit standaard hospice-anamnese, kan worden gebruikt om passende zorg op het juiste moment en de juiste plaats te garanderen. Dit instrument zal verder worden ontwikkeld in samenwerking met hospices in Nederland.
Opname in een hospice is een zorgvuldig proces dat idealiter start bij aanmelding, gevolgd wordt door opname en evaluatie. De complexiteit van de zorgvraag kan worden benaderd als een Complex Adaptief Systeem (CAS). Hierbij draagt niet alleen de patiënt bij aan de complexiteit, ook het sociale systeem en het zorgteam binnen de context. Om dit proces beter te ondersteunen, is de ontwikkeling van een passend opname-instrument noodzakelijk. Het doel van deze studie is het ontwikkelen van een instrument op basis van het CAS om de zorgbehoeften van palliatief-terminale patiënten in kaart te brengen en het opnameproces in hospices te ondersteunen, van aanmelding tot evaluatie.
Methode
Tussen maart en september 2024 werd een kwalitatieve multi-method benadering toegepast in twee verschillende fasen:
1. Zes focusgroepen (n=50) werden gehouden om elementen te identificeren die essentieel zijn voor het begrijpen van de zorgbehoeften van patiënten in de palliatief-terminale fase, maar ontbreken in de standaard hospice anamnese. Voor elke fase van het zorgtraject (aanmelding, opname en evaluatie) zijn twee groepen samengesteld. De gesprekken zijn gevoerd aan de hand van een semigestructureerde interviewguides, gebaseerd op de CAS-domeinen. Thematische analyse werd toegepast om thema's te vinden en mogelijke items voor het instrument te identificeren.
2. Met behulp van de Delphi-techniek (n=13) werden deelnemers betrokken bij het selecteren van belangrijke items binnen elk CAS-domein en elke fase. Content-analyse werd gebruikt om de definitieve selectie vast te stellen.
Resultaten
In fase 1 identificeerden de focusgroepen zes centrale thema’s: informatievoorziening, passende setting, kennisinfrastructuur, mantelzorgers en naasten, veiligheid en de actuele gezondheidstoestand van de patiënt (zie figuur 1). In totaal zijn 41 mogelijke items geïdentificeerd.
In fase 2 werden vijf items consistent geprioriteerd binnen alle CAS-domeinen en fasen van het opnameproces: (1) verwachtingen van patiënt en familie, (2) afstemming van doelen tussen familie en hospice, (3) afstemming van doelen tussen familie en patiënt, (4) samenwerking met externe organisaties en (5) de capaciteit en werklast van het hospiceteam. Deze fase leverde in totaal 25 items op.
Conclusie
De inzet van CAS resulteerde in mogelijke items voor een instrument om hospice-opnames te begeleiden en zorgverleners te ondersteunen bij het evalueren van de zorgbehoeften van patiënten in de palliatief-terminale fase. Er is een eerste conceptinstrument ontwikkeld dat, gecombineerd met informatie uit standaard hospice-anamnese, kan worden gebruikt om passende zorg op het juiste moment en de juiste plaats te garanderen. Dit instrument zal verder worden ontwikkeld in samenwerking met hospices in Nederland.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Publication status | Published - 9 Oct 2025 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver