Abstract
Na 1945 vond een explosieve groei plaats in productie en gebruik van stoffen die inwerken op het centrale zenuwstelsel. De mogelijkheden om medicamenteus in te grijpen op stemming, cognitie en gedrag namen toe. Ook het niet-medische gebruik van psychoactieve stoffen steeg: de alcoholconsumptie verdrievoudigde na 1960 en het gebruik van drugs werd steeds breder ontdekt.De medicatierevolutie in de ggz leidde tot therapeutisch optimisme, maar ook tot strijd. Patiënten hadden moeite met de ingrijpende fysieke en emotionele bijwerkingen van psychofarmaca. Ze ondervonden ook problemen met afhankelijkheid en afbouwen van medicatie. Binnen de tegencultuur van de jaren zestig en zeventig werd psychiatrische medicatie gezien als onderdrukking van het vrije individu. Behandelaars worstelden met de gebrekkige medicatietrouw van patiënten en hun zelfmedicatie met drank en drugs. Het spanningsveld in het verleden en het heden van de ggz rond het gebruik van middelen voor de geest zou in de toekomst mogelijk verlicht kunnen worden via de praktijk van autonomous medication management.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 120-123 |
| Journal | Tijdschrift voor Psychiatrie |
| Volume | 67 |
| Issue number | 2 |
| Publication status | Published - Feb 2025 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver